Ja

Ik heb je lief zoals je soms
gelijk een gouden zomerdag bent
nee nee nee
ik heb je lief zoals je bent
nee nee
ik heb je lief zoals
nee
ik heb je lief

K. Schippers

Parafrase

Het gedicht gaat over een ik-figuur die een beschrijving zoekt om het beste diens liefde voor een ander te beschrijven. De ik-figuur begint met een vergelijking, maar vindt dat niks. In de loop van het gedicht wordt de beschrijving al korter én al krachtiger. De titel is wellicht het antwoord op zijn uiteindelijke keuze.

1: De woordlaag 

Woordbetekenis
In het gedicht staan naar mijn mening geen woorden die nadere uitleg behoeven.

Zinsconstructies
De zinsconstructies zijn correct.

Stijlfiguren
De volgende stijlfiguren zijn in het gedicht toegepast:

Parallellisme:
* Op lexicaal niveau worden enkele woorden meerdere keren herhaald. Dit is het geval in versregel 3 (‘nee nee nee’) en in versregel  (‘nee nee’). Er is hier sprake van parallellisme.
* Op syntactisch niveau worden enkele zinsdelen meerdere keren herhaald. Dit is het geval bij ‘Ik heb je lief’ in versregel 1, 4, 6 en 8 (viermaal), en bij ‘Ik heb je lief zoals’ in versregel 1, 4 en 6 (driemaal), en bij ‘Ik heb je lief zoals je […] bent’ in versregel 1 en 2, en 4 (tweemaal).

Climax:
In het gedicht is er op twee fronten een herhaling van semantisch verwante woorden waarbij er steeds een toename van betekenis is.
* De beschrijving van hoe lief de ik-figuur de ander heeft wordt in de loop van het gedicht qua zinslengte steeds korter en daardoor qua inhoud steeds krachtiger.
* Dit geldt ook voor het ‘nee’ roepen tussen de liefdesbeschrijvingen in. Het begint met driemaal ‘nee’, is vervolgens tweemaal ‘nee’ en eindigt met eenmaal ‘nee’. Ook hier geldt dat het aantal keer ‘nee’ roepen steeds minder wordt en dat daardoor de inhoud steeds krachtiger wordt.

Antithese:
Er is een antithese, een tegenstelling, tussen de titel ‘Ja’ en het ‘nee’ roepen in het gedicht. Deze is begrijpelijk: in het gedicht is de ik-figuur nog op zoek naar de juiste bewoording om zijn liefde voor de ander te beschrijven. In de laatste versregel lijkt hij zijn beste verwoording gevonden te hebben. Het ‘Ja’ kan een bevestiging zijn voor de keuze van de laatste versregel, maar het kan ook een bevestiging zijn van de liefde voor de ander.

Understatement:
In het gedicht wordt driemaal een understatement gebruikt:
* ‘Ik heb je lief zoals je soms gelijk een gouden zomerdag bent’
* ‘Ik heb je lief zoals je bent’
* ‘Ik heb je lief zoals’
Deze drie uitingen van de liefde van de ik-figuur voor de ander worden allemaal zwakker uitgedrukt dan hoe ze in werkelijkheid zijn. Inhoudelijk draait het gedicht hier ook om: de ik-figuur wíl geen understatement, hij wil zijn werkelijke gevoel uiten. Echter merkt hij dat hij met de vergelijkingen zijn gevoel tekortdoet, en kiest hij in het gedicht daarom steeds voor nieuwe en kortere – en daarmee krachtigere – bewoordingen.

2: De klanklaag 

Rijmschema
Het rijmschema van dit gedicht is: abcbcdce

Dit rijmschema kent niet een bepaalde naam.

Eindrijm
Er is sprake van eindrijm in dit gedicht:
* bent – bent (mannelijk rijm, gelijk rijm)
* nee – nee – nee (mannelijk rijm, gelijk rijm)

Alliteratie
Ook is er alliteratie in dit gedicht:
* gelijk – gouden

Klinkerrijm
In dit gedicht is geen sprake van klinkerrijm.

3: De metrische laag 

Metrum
Het metrum is als volgt:

V – V – V – V –
V – V – V – V – V
– – –
V – V – V – V –
– –
V – V – V –

V – V –

Het metrum van het gedicht is overwegend jambisch: de versvoet met de jambe ( V – ) komt het meeste voor. In versregel 3, 5 en 7 worden geen jambes gebruikt.

4: De beeldlaag 

Beeldspraak
Er is ook sprake van beeldspraak in dit gedicht:

* gelijk een gouden zomerdag = een metafoor: vergelijking met verbindingswoord (‘gelijk’)
vehicle: gelijk een gouden zomerdag
tenor: een sprankelend persoon van de grootste waarde
ground: een waardevol en stralend voorkomen

Daarnaast wordt er driemaal het woord ‘zoals’ gebruikt, wat de bellen doet rinkelen en doet denken aan een vergelijking met een verbindingswoord (namelijk ‘zoals’). Echter is datgene waarmee vergeleken wordt niet figuurlijk beschreven, en is er in deze gevallen dus geen sprake van beeldspraak.

5: De grafische laag 

Strofe-indeling
Het gedicht bestaat uit één strofe van één octaaf: acht versregels.

Typografie
De typografie is niet opvallend.

Dichtvorm
Aan de dichtvorm is niet een bepaalde naam toegekend.

Verdeling van de zin over de strofe
Het gedicht kun je verdelen in zeven zinnen. Alleen de eerste twee versregels vormen samen één zin. De overige versregels zijn elk zelf een zin.

Leestekens
Er worden geen leestekens gebruikt.

Hoofdlettergebruik
Alleen de eerste letter van de eerste versregel staat met een hoofdletter weergegeven.

Over de dichter

K. Schippers (1936), pseudoniem van Gerard Stigter, is schrijver, dichter, essayist en kunstcriticus. Hij heeft een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan, dat bestaat uit romans, poëzie, essays, verhalen, beschouwingen en een enkel kinderboek. Al vroeg werd hij bekend door het literaire tijdschrift ‘Barbarber’, dat hij in 1958 samen met J. Bernlef en G. Brands oprichtte. Hij introduceerde de readymade als poëzievorm. Van het cultureel tijdschrift ‘Hollands Diep’, dat van 1975 tot 1977 bestond, was hij een van de oprichters en eerste redacteuren. Zijn werk is veel gelauwerd. Voor zijn poëzie ontving hij in 1996 de P.C. Hooftprijs. Over Schippers wordt gezegd dat hij ‘de speelse blik van een kind heeft behouden’.

Plaatsing in de tijd

K. Schippers zet zich al sinds eind jaren vijftig in om het gewone ongewoon te maken. Met J. Bernlef en G. Brands richtte hij in 1958 het tijdschrift ‘Barbarber’ op, dat in de poëzie de koers omzette van de wilde expressie van de Vijftigers naar directe aandacht voor de realiteit van alledag. Schippers en de andere Barbarber-schrijvers introduceerden de readymade (een object dat zonder nadere bewerking tot kunstwerk wordt verheven, bijvoorbeeld een tekst uit een krant tot gedicht) in de Nederlandse literatuur en relativeerden de grenzen tussen kunst en werkelijkheid. Alles kon voortaan kunst zijn. ‘Barbarber’ verdween in 1971, maar Schippers ging sindsdien onverdroten door om in gedichten, proza, essays en kunstkritieken zo veel mogelijk verbazing te wekken over de wereld.

Interpretatie

Het weglaten van leestekens, het overwegend jambische metrum, en de herhaling van de woorden, maken het gedicht makkelijk leesbaar. Hier hecht ik verder geen betekenis aan.

Ik vind de verschillende stijlfiguren erg goed ingezet in dit gedicht. Het parallellisme, de climax, de antithese en de understatements zijn naar mijn mening van grote waarde voor dit gedicht. Zij lopen synchroon aan de inhoud en versterken de boodschap.

In interpreteer het gedicht als een uiting van de liefde voor een ander, waarbij wordt aangegeven dat het houden van iemand niet verbonden hoeft te zijn aan situaties en voorwaarden. Het gedicht beschrijft voor mij een onvoorwaardelijke liefde. Wat of hoe de ander ook doet is van ondergeschikt belang: de ik-figuur houdt gewoon van de ander.

Advertenties

2 reacties op Ja

  1. Mylene zegt:

    Heel erg bedankt voor deze analyse!
    Het geeft mij een totaal nieuw inzicht in dit gedicht en helpt mij erg voor een aankomende toets op school!

  2. Pingback: Ja | Parelduiken in cultuur

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s